s c h r i j f s e l s

Troosten... dat doe jij toch 'om niet'?

'Dat heb je zelf verteld! Dat je als Troostdichter 'om niet' of Pro Deo jouw troostend werk verricht.'

Zei hij vanochtend tegen mij. Jazeker, dat is ook zo, antwoordde ik hem.

'Nou, waarom vraag je dan om donaties en subsidies?'

Nou, kijk hierom: Wat dacht je van huur voor het Troosthuisje en de elektriciteit/stookkosten? Wat dacht je van de gedichtenkaarten? Die moeten worden gedrukt. Ik ben de hele dag aanwezig en zal iets moeten eten en drinken af en toe en komen reiskosten bij. Niet veel maar toch. Als je dat alleen al bij elkaar optelt...

'Aaah! Nooit aan gedacht. Waar kan ik doneren, want ik vind het doel heel gaaf?'

Wil je doneren? Graag! Hoe klein of hoe groot ook:

Ten name van Stichting Troosthuisje
NL 52 RABO 0317 5840 06


Heel dankbaar zijn wij als stichting Troosthuisje met het toenemend aantal particuliere donaties!

Of dit nu eenmalig is of maandelijks. Al deze lieve mensen die ons een warm hart toedragen zijn we zeer erkentelijk. Zij maken het mede mogelijk dat we kunnen doen wat we zo graag willen doen; empathie en compassie inde wereld houden!

Boudewijn en facebook

www.facebook.com/BetzemaBoudewijn

Boudewijn deelt graag op facebook. Daar kan je alles van Boudewijn over troosten vinden.

Indrukken van een troostdichter

Vanmiddag zo iets moois en ontroerends beleefd...
Dat er in een verzorgingshuis een vrouw al drie jaar wordt verzorgd op een liefdevolle manier en dat een van hun dochters een papiertje van de wensboom die daar staat afhaalt en met haar moeder overlegt (die dankzij een beroerte niet meer kan praten) om de Troostdichter uit te nodigen, omdat zij die in een uitzending van rtv oost een keer had gezien.

Dat in Heeten de echtgenoot (90) van deze vrouw woont, die elke dag op en neer naar haar toe gaat, stipt om 10.00 uur en steevast met bloemen uit de tuin...

Dat de kinderen om toerbeurt naar mamma toegaan, 's avonds, om het leed wat te verzachten.

Dat ik een paar weken geleden het verzoek krijg een gedicht te schrijven voor dit mooie stel mensen en of ik dan naar Heeten wil komen om dit gedicht en misschien nog wel meer verzen voor te dragen...

Dat de vrouw uit het tehuis naar man wordt gebracht, en dat de man verbijsterd is over wat er allemaal gebeurt, omdat hij bewust niet ingelicht is...

Wat er dan met hen te midden van kinderen en kleinkinderen gebeurt is zo vol schoonheid en zo ontroerend. Dat kan alleen maar als hieraan een grote liefde ten grondslag ligt. En dat bleek het geval. En met diezelfde liefde en openheid werd ik een uur lang totaal opgenomen in deze door en door warme familie... Diep onder de indruk reed ik heel langzaam over de binnenwegen naar huis.

Wat wondermooi dat er op een mooie dag een troostdichter werd geboren die zichzelf ook ten diepste kan laten vertroosten.
Dank jullie allemaal lieve mensen in dat prachtige oude boerderijtje in de buurt van Heeten

Onverwacht bezoek

Ernstig kwam ze binnen, hier in het Troosthuisje tegen de oude Mariakerk. Ze ging zitten en wilde wel koffie. Ze keek het huisje rond met een blik van 'het klopt' in haar ogen. Ik zocht in mijn geheugen naar iets van herkenning. 'Nee' sprak ze, 'U kent mij niet, we hebben elkaar nog nooit ontmoet, maar ik volg u al een paar jaar, onder een andere naam dan mijn ware, op Facebook.'

Verbaasd keek ik haar aan. 'Tja, al sinds 2014 volg ik u (en nog een handjevol andere mensen) omdat sommige mensen mij opvallen qua stijl, manier van denken, en meer van die dingen...' Ze nam een slokje koffie en vervolgde; 'Bij u trof me het speelse, het vlinderige, (van hulp-schaapherder naar provinciedichter en nu naar dit, maar ook het bloedserieuze van uw berichtgeving. Het trof me en inspireerde mij en ook raakt het mij dat u uw kwetsbaarheid durft tonen. Weet u dat dit voor veel mensen iets is dat stevig afgeschermd is en waar je nauwelijks doorheen komt?'

Ik glimlachte, maar bleef geboeid naar haar luisteren en kijken.

'De reden waarom ik nu toch even naar u toekom is dat u dat speelse, dat onbevangene dat mij juist zo boeit en aantrekt wat dreigt kwijt te raken. O ja, het is er regelmatig nog wel hoor, maar er komt een onderlaag in de stukjes die u schrijft (trouwens u schrijft op het moment ook nauwelijks gedichten hè?!) waarover ik mij wat zorgen maak. Neemt u mij alstublieft niet kwalijk dat ik zo met de deur in huis val, het is wellicht wat ongepast, maar ik wil u als troostdichter niet kwijtraken, en ik hoop dat u mij wilt verstaan...'

Geboeid, verrast, en ook geraakt door haar woorden want ze troffen doel, keek ik haar aan. Ik stamelde wat van, 'ja dat klopt wel maar, maar...'

'Nou ja, sprak zij, weet u wat het is, als je dit werk doet wat ú doet moet je niet vergeten regelmatig voedsel tot je te nemen dat rijk aan vitaminen is... ik bedoel geestelijk voedsel hè, maar dat snapt u wel. En ik merk gewoon aan uw berichtgeving dat daarin een klein tekort dreigt te ontstaan door de overvloed aan alle -overigens goed bedoelde- min of meer commercieel gerichte raadgevingen. Ik hoop dat ik het zo zo zuiver mogelijk verwoord wat ik bedoel te zeggen en dat u mij wilt verstaan.'

'En óf ik u versta' reageerde ik aangenaam verrast en keek ik helderde lichtgrijze ogen. 'Ik ben blij met uw komst, ook al komt u zomaar uit de blauwe lucht gevallen... Soms heb je dat (weer) eens nodig. Hóe begon ik ook al weer, wát was mijn doelstelling, wíe wilde ik bereiken... Dank u wel dat u hier even binnen wilde komen!'

'Graag gedaan lieve troostdichter. En blijf vooral geloven in uw eigen innerlijke kracht en integriteit. Hoe noemt u dat zelf ook al weer... O ja, u zegt graag 'Ik ben van klein. Had groots meeslepend willen zijn'... klopt hè? U weet nauwelijks - echt waar! - wat de impact van uw kleine daden is.' Ze stond op, gaf me een hand. 'Fijn dat ik even bij u binnen mocht komen. Blijf aan het werk, de wereld kan wel wat tegengif gebruiken! Dàààg...' en weg was ze.

Wil je mij helpen zoeken?

Dinsdag, in de stille week voor Pasen mocht ik troostdichteren in Lochem in het BIC. Ik plaatste mijn houten evenbeeld, hing de banner op en plaatste een krijtbord met daarop met een paar woorden over verdriet, pijn, leed en kom maar binnen...

Een kleine wat gezette man met een markante kop, dik wit haar en dito baard die ik al eerder had zien rondlopen kwam bij me in het geïmproviseerde troosthuisje.
'Nou', zei hij, 'dan heb je aan mij een goeie'. En hij begon te praten. Het werd een gesprek van anderhalf uur, waarbij mij zijn leven voorbij kwam flitsen vanaf z'n achtste levensjaar tot aan nu, zijn 67e. Mooie gebeurtenissen maar ook veel ernstige en ingrijpende ervaringen. Teveel om hier allemaal te benoemen. Zoveel, dat hij daar zelf van zei 'ik overlaad je hé...'

Een paar 'highlights' blijven mij toch bezighouden. Ik probeer al dagen deze te vangen in een gedicht, maar ze vluchten steeds weer van mij weg... opschrijven dan maar.

Op zijn achtste raakt hij in de ban van Het Geloof, wordt hij sterk geraakt door (vooral) het leven en werken van Jezus.
En hij besluit hiernaar zelf ook te gaan leven. 'Bevangen door Zijn Liefde'...
Hij heeft rond zijn twaalfde een diepe ervaring en gaat zich Emanuel noemen. Hij gaat leven volgens zijn eigen, voor anderen onnavolgbare godsbegrippen. (in gedachten noemde ik hem een Paradijsvogel).
En dan komen de teleurstellingen. Veel en vaak waarover ik niet zal uitweiden.

Terwijl hij mij vertelt over zijn indrukwekkende zielswereld merkt hij op: 'Jij bent de eerste die écht naar mij luistert, die mij hóórt, die mij ziet'! Zelf ontdek ik dat ik inderdaad zowat over tafel gebogen zit om intens zijn binnenwereld te willen 'verstaan'.

Ineens tegen het einde van zijn verhaal komen er tranen. Eindelijk. Een geluidloos huilen en hij zegt; 'Weet je wat het ergste is, dat ik God ben kwijtgeraakt en ik dreig om te komen in verbittering.'
'Je zult God weer moeten opzoeken lieve Emanuel!' Knal ik eruit. 'Da's voor jou de enige manier om weer gelukkig te worden.'

En dan die vraag: 'Wil jij mij helpen God weer te vinden?'
'Ja! Dat gaan we doen', roep ik hem toe. We omarmen elkaar en houdt me vast alsof hij me niet meer los wil laten. We geven elkaar een hand en hij verlaat met een glimlach het gebouwtje...

De gastvrouwen in de hal kijken me aan en vragen; 'Wat heb jij met hem gedaan?' Hij komt hier trouw elke dinsdag, drinkt koffie en eet koekjes, maar we hebben hem nog nooit zó weg zien lopen. Hij lijkt wel 10 kilo lichter! En hij lachte!'

Gewoon wat troost ...

Een halfje bruin

Vanochtend voor een charmant interview in Harderwijk geweest www.abdehaas.nl/el-mundo-1/ en op de terugweg bedacht ik dat we nog een brood moesten hebben voor vanmiddag. Ik dacht te weten dat er in een dorpje nabij Deventer nog een klein bakkerijtje zat. Dat klopte! Er zit daar nog een klein, heel klein bakkertje. Naar binnen kijkend zag ik dat de gebakvitrine leeg stond en op een rekje aan de muur lagen twee halve- drie hele bruine- en vier hele witte broden.
Het was doodstil in het winkeltje... Na een paar minuten kwam een heel klein, lijkbleek oud vrouwtje de winkel in. "en...?" Mag ik dat halve bruine brood van u? Ze moest zich helemaal uitstrekken om het brood te pakken en zei ondertussen: "Dit is het op een na grofste tarwe dat we hebben, het grofste is met pompoenpitten." Ze legde het op de marmeren toonbank. Kan ik pinnen? vroeg ik. "Nee...!"
Dan heb ik een probleem. "O ja?" En ze vouwde haar armen op de toonbank, legde haar hoofd daarop en keek me belangstellend aan. Ja, ik heb helaas geen kleingeld meer.
"O," zei ze. Pakte het halfje brood van de toonbank, rekte zich weer helemaal uit en legde het weer op de bovenste plank... Toch wat verbijsterd vergat ik te groeten bij het verlaten van het bakkerijtje.

Er is een nieuw You Tube filmpje

De Stichting Stadsbeweging heeft een mooi filmpje gemaakt, kijk gauw naar: https://youtu.be/a-XPxnSxYQg

Droef figuurtje

Net vijf minuten te laat aankomen op het station in Nijmegen betekent een half uurtje kijken, rondlopen en wachten op de volgende trein. Al direct toen ik perron 3b opliep zag ik hem, of was het haar. Vol smart tegen een gietijzeren pilaar geleund, hoofd naar beneden. Maar op dat hoofd een wonderbaarlijk gevormde hoogblonde haardos. Als een soort zeer strakke suikertaart, zwaar in de lak met aan de zijkant een grote rode roos. Het was zo ontroerend. Ook de kleding was, licht verstopt onder de zwarte halflange jas bijzonder en kleurrijk. Het tengere figuurtje kon zo uit een menuet van Boccherini of uit een opera van Mozart zijn weggevlucht. Wachtend op... tja op wat of op wie? Want ook na dat halve uur wachten op de trein naar Deventer stond hij of was het zij daar nog steeds. Roerloos met de blik en de mondhoeken naar beneden.

Ik zou wel meer moed willen hebben om zo'n kwetsbaar -en ook weer niet- figuurtje aan te spreken. Ik zou meer willen weten. Waar kom je vandaan, wat zie je er prachtig uit, waar wacht je op? Misschien wel wachtend op iemand die een glimlach om zijn mond kon toveren.

Ik zal het nooit te weten komen...

In de trein...

Dol enthousiast en met hoge stem vertelt de jongen van een jaar of 15/16 aan zijn volwassen luisteraar in de trein van Zwolle naar Deventer zijn belevenissen van vandaag. Hoe hij met een conducteur mee mocht reizen met de NS door heel Nederland. Hij vertelde waar hij overal was geweest, op welke stations en kíjk, riep hij uit wat ik allemaal van de NS gekregen heb! Kennelijk een tas vol spullen die hij stuk voor stuk liet zien. Ik genoot van zijn enthousiasme. Ik kon hem zelf niet zien, hij zat schuin achter mij, maar toen ik een beetje stiekem omkeek tussen een paar stoelen door zag ik zijn rode wangen en z'n blonde haren.

'En weet je' ging hij verder, mamma zei dat de opleiding wel twee jaar duurt maar die NS-man zei dat het maar 16 maanden duurt. Ik wil écht conducteur worden. Is zo'n mooi vak! Oh ja, ik mocht met een soort sleutel als laatste, vlak voor de trein vertrok de deur dicht doen! Als conducteur moet je heel goed opletten of alle andere deuren echt gesloten zijn en dan pas mag jij instappen en met die sleutel de deuren sluiten. O ja en we hebben vier zwartrijders betrapt. En kijk, dit heb ik ook gekregen; een kaart voor twee personen om vier dagen gratis door heel Nederland te reizen! Gaaf hè!

Mag ik dat eens zien, vroeg de volwassene die tot nu toe niet veel had gezegd of gereageerd.
Hm, ja... zie je wel, dat dacht ik al... die kaart is alleen geldig als je geen andere abonnementen hebt, maar jij hebt wel een ander abonnement, dus je hebt er niets aan.

O... zei de jongen en zuchtte. Het vrolijke argeloze en enthousiaste gebabbel dat zo heerlijk de coupé vulde viel weg. Ik zat met kromme tenen en dacht; Wat kunnen grote mensen toch ongelooflijk onnadenkend zijn. 
In Wijhe stapten ze beiden uit...