Onverwacht bezoek

Ernstig kwam ze binnen, hier in het Troosthuisje tegen de oude Mariakerk. Ze ging zitten en wilde wel koffie. Ze keek het huisje rond met een blik van ‘het klopt’ in haar ogen. Ik zocht in mijn geheugen naar iets van herkenning. ‘Nee’ sprak ze, ‘U kent mij niet, we hebben elkaar nog nooit ontmoet, maar ik volg u al een paar jaar, onder een andere naam dan mijn ware, op Facebook.’

Verbaasd keek ik haar aan. ‘Tja, al sinds 2014 volg ik u (en nog een handjevol andere mensen) omdat sommige mensen mij opvallen qua stijl, manier van denken, en meer van die dingen…’ Ze nam een slokje koffie en vervolgde; ‘Bij u trof me het speelse, het vlinderige, van hulp-schaapherder naar provinciedichter en nu naar dit, maar ook het bloedserieuze van uw berichtgeving. Het trof me en inspireerde mij en ook raakt het mij dat u uw kwetsbaarheid durft tonen. Weet u dat dit voor veel mensen iets is dat stevig afgeschermd is en waar je nauwelijks doorheen komt?’

Ik glimlachte, maar bleef geboeid naar haar luisteren en kijken.

‘De reden waarom ik nu toch even naar u toekom is dat u dat speelse, dat onbevangene dat mij juist zo boeit en aantrekt wat dreigt kwijt te raken. O ja, het is er regelmatig nog wel hoor, maar er komt een onderlaag in de stukjes die u schrijft (trouwens u schrijft op het moment ook nauwelijks gedichten hè?!) waarover ik mij wat zorgen maak. Neemt u mij alstublieft niet kwalijk dat ik zo met de deur in huis val, het is wellicht wat ongepast, maar ik wil u als troostdichter niet kwijtraken, en ik hoop dat u mij wilt verstaan…’

Geboeid, verrast, en ook geraakt door haar woorden want ze troffen doel, keek ik haar aan. Ik stamelde wat van, ‘ja dat klopt wel maar, maar…’

‘Nou ja, sprak zij, weet u wat het is, als je dit werk doet wat ú doet moet je niet vergeten regelmatig voedsel tot je te nemen dat rijk aan vitaminen is… ik bedoel geestelijk voedsel hè, maar dat snapt u wel. En ik merk gewoon aan uw berichtgeving dat daarin een klein tekort dreigt te ontstaan door de overvloed aan alle -overigens goed bedoelde- min of meer commercieel gerichte raadgevingen. Ik hoop dat ik het zo zo zuiver mogelijk verwoord wat ik bedoel te zeggen en dat u mij wilt verstaan.’

‘En óf ik u versta’ reageerde ik aangenaam verrast en keek in helderde lichte ogen. ‘Ik ben blij met uw komst, ook al komt u zomaar uit de blauwe lucht gevallen… Soms heb je dat (weer) eens nodig. Hóe begon ik ook al weer, wát was mijn doelstelling, wíe wilde ik bereiken… Dank u wel dat u hier even binnen wilde komen!’

‘Graag gedaan lieve troostdichter. En blijf vooral geloven in uw eigen innerlijke kracht en integriteit. Hoe noemt u dat zelf ook al weer… O ja, u zegt graag ‘Ik ben van klein. Had groots meeslepend willen zijn’… klopt hè? U weet nauwelijks – echt waar! – wat de impact van uw kleine daden is.’ Ze stond op, gaf me een hand. ‘Fijn dat ik even bij u binnen mocht komen. Blijf aan het werk, de wereld kan wel wat tegengif gebruiken! Dàààg…’ en weg was ze.

Troosthuisje

in Zwolle

Troostwandeling

langs de IJssel