Dankbaarheid

‘Hoe kom je nou tot dankbaarheid?’

Vroeg ze zodra ze het Troosthuisje aan de Schoenkuipenbrug in Zwolle binnenstapte. Ik gaf haar een hand en nodigde haar uit te gaan zitten. ‘Wil je koffie of wil je thee?’ ‘Wow, heb je dat? Koffie graag, helemaal zwart. Maar hoe kom ik nou tot dankbaarheid?’ Vroeg ze weer. ‘Ik ben het kwijt! En dat voelt ellendig. Ik lach niet meer. Ik loop maar te mopperen op alles en iedereen, o ja ook op mijzelf… eigenlijk heb ik dan zo’n een hekel aan mezelf’. En toen kwam haar hele verhaal. Wanneer ik zo naar haar luisterde begreep ik wel dat haar gevoel voor dankbaarheid langzaam maar zeker was verdwenen. Er had nogal wat plaats gevonden in haar leven. En toch, al pratend, vertellend en antwoord gevend op mijn vragen gebeurde het weer… Dat wonderlijke ‘kantelmoment’ in het gesprek, dat plaats heeft in het hoofd van degeen die zich onbelemmerd mag uiten. Dat moment van ‘inzicht krijgen in wat er nog meer is’. Psychologen en therapeuten hebben daar vast een verklaring voor, maar voor de bezoeker én voor mij als Troostdichter is dit het hoogtepunt in het gesprek. Daar ontstaat de glimlach, een nieuw perspectief. Stiekem word je daar weer een beetje dat kind dat diep vanbinnen wacht op een kans… Heel vaak zeg ik dan, ‘ik zou willen dat ik een spiegel had dan liet ik je daarin kijken!’

Troosthuisje

in Zwolle

Troostwandeling

langs de IJssel